Ik ken een raar soort genoegen: splinters eruit halen. Met buikpijn en al, dat dan weer wel. Met het genoegen dat het geeft om zo’n ding eruit te hebben! Heerlijk.
Splinters zijn rotdingen. Ze doen pijn en iedereen weet dat ze eruit moeten. Juist dwars door de pijn heen, want anders gaan ze meer kwaad aanrichten.
Maar er is een ander soort splinter waar we ons minder bewust van zijn. Je herkent dit vast: je hebt een conflict in je huwelijk of relatie. Misschien een verschil van mening, een onuitgesproken iets of juist die ene opmerking… Een splinter, het doet pijn.
Misschien negeer je het liever, maar waarschijnlijk ga je erop een gegeven moment wel over in gesprek. Je doet een poging om hem eruit te krijgen. Maar man… wat kunnen die dingen diep zitten! En ook pijn doen. Halverwege het gesprek trekken we het niet meer. We vinden elkaar niet, worden bang, willen weg van de pijn.
Misschien zit daar hét relatieadvies, als verdieping op wat ik eerder schreef. Zoals in het prentenboek Wij gaan op berenjacht staat:
We kunnen er niet boven over.
We kunnen er niet onderdoor.
We moeten er wel dwars doorheen.
Praten is een vaardigheid en deze leer je voor een groot deel door wat je ziet, bijvoorbeeld bij je ouders. Dus laten we een grote stap maken: kunnen wij dat onze kinderen leren als hun ouders?
Ik sta pas aan het begin, dus wat kan ik erover zeggen? Alleen dat de splinter in ons gezin een beeld is geworden. Je hebt echte splinters en om die eruit te halen, gebruik je pincetten. En je hebt splinters vanbinnen. Daarover moet je praten, daarvoor moet je het gesprek aangaan. Het doet allebei pijn, maar het is in beide gevallen nodig.






Geef een reactie