
Het is de week van autisme en daarom vandaag een interview met Sharon Tjerkstra van SGT-coaching. Zij heeft jongeren met autisme in een woonvorm begeleid én heeft kinderen met autisme. Alle reden dus om haar wat vragen te stellen over wat zij, vanuit haar ervaring, leerde over seksuele vorming en autisme.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Het onderwerp seksualiteit en autisme trok de aandacht van Sharon toen in een situatie op haar werk een man met autisme al snel de schuld kreeg van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ze merkte dat er weinig tot geen voorlichting was geweest voor de meeste cliënten op de woonvorm, maar er wél van hen verwacht werd te weten hoe ze zich moesten gedragen en waar de grenzen lagen.
Sharon legt verder uit: ‘Het is ze nooit geleerd. Een kenmerk van autisme is dat dingen niet automatisch opgepakt worden; de ongeschreven regels bijvoorbeeld. De verwachting was dat ze het wel weten, maar dat bleek niet zo te zijn. Wanneer mag je een kus geven? Wanneer mag je verder gaan? Wat is een goede relatie? Daarin werd veel verwacht, maar dat moet eerst stap voor stap geleerd worden.’
Regels en nuances
We maken de stap naar de opvoeding van haar eigen kinderen. Hoe nam Sharon deze ervaring mee? ‘Kinderen zonder autisme hebben de nuance eerder te pakken, het grijze gebied. Bijvoorbeeld als het gaat om een kus geven aan een familielid. Bij de één doe je dat wel, bij de ander niet. De ene keer wel, de andere keer niet. Je mag daarin naar jezelf luisteren.’
Kinderen met autisme zijn eerder geneigd een regel tot een vaststaand gegeven te maken. Dit is de regel, dus zo doe je het altijd. Het vraagt bij hen dus meer tijd en aandacht om hen te leren wat je zelf wilt. Dit heeft voor Sharon weer te maken met de situatie van het begin: ‘Een vrouw wordt vaak gezien als slachtoffer op de groep. Ik wil mijn kinderen leren daar niet in te stappen.’
Sharon ‘traint’ haar kinderen al vanaf het begin op het voelen wat je zelf wilt. Ze begint met een duidelijke grens, zodat de basis staat. Om daarna te kijken wat er aan besef van nuance mogelijk is. Dit doet zij door situaties door te spreken. ‘Ik bespreek het dan stap voor stap: Wat gebeurde er? Wiens keuze was dit? Heb je erover nagedacht? Wat wilde jij? Het is belangrijk dat de kinderen eerst zichzelf leren begrijpen, voor we aan de slag gaan met het leren begrijpen van hoe een ander erover denkt.’
Hetzelfde, maar anders
We praten door over de seksuele vorming van kinderen met autisme. Wat is er bij hen anders? Waarin moet je dit anders aanpakken? Sharon is er duidelijk in: ‘Je doet alles wat je bij een ander kind ook doet, maar dan op de manier die werkt bij jouw kind. Dus als je in de opvoeding gebruik maakt van Geef me de vijf en dat is effectief, dan kun je dat ook in het gesprek over seksualiteit toepassen.’
Maar er zijn meer tips: ‘Check de informatie, vraag na hoe het is overgekomen. En maak het visueel, zodat ze er zich echt een beeld bij vormen. Daarin heeft ieder kind een eigen behoefte.’ Sharon geeft een voorbeeld: ‘Een kind zegt dat hij graag een meisje wil zijn. Moeder vroeg waarom. Het kind vertelde dat het ook graag kindjes wilde krijgen. Vervolgens kon moeder uitleggen dat een kind ook van de papa is, omdat er een zaadje van de papa komt. Toen zei deze jongen dat het dan wel goed was.’
In de supermarkt
Wat als een kind met autisme, na voorlichting te hebben gekregen, midden in de supermarkt seksuele termen gaat roepen zoals piemel. Hoe kunnen ouders hiermee omgaan?
Sharon: ‘Ik ga ervan uit dat achter alles een behoefte of wens zit. Het is de kunst om die te achterhalen. Dit is bij ieder kind anders. Vindt het kind dit onderwerp interessant? Of zit er onwetendheid en angst achter, omdat ze het nog niet goed snappen en ze nog veel vragen hebben over wat ze hoorden? Vraag door: waarom zit dit in je hoofd? Hoe komt het? Vaak is er meer uitleg nodig. Kinderen met autisme weten dat niet altijd goed te uiten.
Een andere mogelijkheid is dat het kind sociaal-emotioneel nog erg jong is. Op die leeftijd vinden kinderen het leuk om ineens ‘poep’ te roepen om te kijken wat jij doet. Wat in beide gevallen kan helpen, is o.a. uitleg wat de sociale regels zijn. Waar praat je wel en niet over dit soort dingen? Zorg dat het kind duidelijk heeft, op welke manier en waar het wél hierover kan praten. Is dat in de auto of tijdens de afwas? Bij sommige kinderen is uitstel van gedrag lastig. Houd daar rekening mee en zoek naar een manier. En leer kinderen al vanaf het moment dat ze jong zijn om dingen uit te stellen.’
Nog meer tips
Sharon heeft nog twee tips aan het einde van dit interview:
- ‘Noem alles bij de naam. Maak het zo duidelijk mogelijk, want hoe duidelijker jij bent, hoe makkelijker je kind kan vertellen wat hij/zij bedoelt. Als je het over een poes hebt en je kind vertelt dat de meester haar poes heeft geaaid, wat dan? Een kind met autisme voelt niet aan dat jij het niet hebt begrepen.’
- ‘Let op als kinderen op sociaal-emotioneel en cognitief sterk verschillen. Als een kind cognitief er al wel aan toe is, maar emotioneel nog niet, dan is dat lastig. Aarzel dan niet om iemand in te schakelen om je te helpen, want dit is erg lastig.’
Sharon weet dat er rond het onderwerp seksualiteit al onzekerheid en meer is bij ouders. Bij kinderen met autisme is een stap extra nodig én dat maakt het dus nog moeilijker om die drempel over te gaan. ‘Je weet als ouder wat werkt bij je kind, dus doe dat ook als het gaat om seksuele vorming.’
Dat lijkt me een bemoedigend einde. Vertrouw op jezelf als ouder en geef vertrouwen.






Geef een reactie