Het is misschien voorbarig, maar wij fantaseren wel eens over ‘later’. Het later waarin de kinderen volwassen zijn. Hoe zal het dan zijn? ‘Misschien brengen jullie je kinderen dan ook wel hier, dat wij op ze mogen passen.’
Tijdens dat soort gesprekken betrap ik me regelmatig op uitspraken die gaan over een mogelijke relatie. ‘Als je later groot bent, dan trouw je en…’ Herkenbaar? Hoe zie jij de toekomst van je kinderen? En wat is hun burgerlijke staat in jouw fantasie? Juist: ze zijn getrouwd. Vermoed ik.
Onze kinderen groeien op met best wat singles om hen heen. Lieve ooms en tantes en vrienden, die vol in het leven staan en genieten. Het zijn deze voorbeelden die me helpen om met de kinderen te praten over andere mogelijkheden voor hun toekomst.
‘Misschien woon jij later wel alleen in een huis’, kan nu zomaar voorbij komen. ‘Of in een appartement. Dan ga jij, net als tante K. een reis maken naar een mooi land. Dat doen papa en mama niet.’
Terwijl ik dat soort dingen zeg, voel ik ook enig ongemak. Want wat zouden die singles zeggen als antwoord op dit soort ‘voordelen’. Ik ben liever samen met iemand? Ik heb liever iemand aan mijn zij? En hoezo moet ik die reis eruit lichten?
Op een dag deelde één van de dochters haar ideale toekomst met me. ‘Ik ga later niet trouwen.’ ‘Waarom niet?’ vroeg ik. ‘Omdat het dan lekker rustig is. Dan heb ik niet de herrie van allemaal kinderen. En dan hoef ik niet de hele dag voor kinderen te zorgen.’
Ik schoot in de lach. Het was een moment om in de spiegel te kijken. Was dat het beeld dat ik neerzette van leven in een gezin? Of zag ze dat van me? Erg verbazingwekkend is het niet, want inderdaad… vooral de drukte en geluiden worden me soms teveel. En vermoedelijk zucht ik wel eens over het eindeloze billen poetsen en heen en weer rennen om dit en dat te pakken.
‘Maar misschien mis je dan wel mensen om je heen’, zei ik voorzichtig.
‘Nee hoor, want als ik even wil knuffelen, dan kan dat op mijn verjaardag. Dan krijg ik van iedereen kusjes en knuffels.’
Tegen zoveel logica kon ik niet op. Mijn dochter zou duidelijk een happy single zijn. ‘Nou, je hoeft het nu nog niet te beslissen’, deed ik een laatste poging.
Het gesprek over single zijn is niet zo gebruikelijk om te voeren, maar ik denk dat we het moeten en mogen doen. Niet in het minst omdat er in onze cultuur het ideale beeld wordt neergezet van een ‘zij leefden nog lang en gelukkig’. Samen, om precies te zijn. Maar er is zoveel meer dan dat!

Er is één plek waar positief wordt gesproken over single zijn. Heel positief zelfs! En mijn dochter begreep had in de praktijk al begrepen waarom. Als single heb je meer tijd en energie over. Tijd en energie om in te zetten voor wat écht belangrijk is. Dat element had ik nog niet benoemt.
Het geeft tegelijk een ‘oplossing’ voor het ongemak, dat ik ervoer. Want ja; een mens verlangt naar verbinding, naar liefde, naar nageslacht. Het zit in ons ingebakken. Maar in het single zijn is dat op een bijzondere manier te vinden. Er is liefde van God, verbinding in de gemeente en nageslacht in de zin van geestelijke kinderen.
Als single kun je een enorm rijk leven hebben. Maar de manier om dat als reële optie over te dragen aan onze kinderen is door dát, getrouwd of ongetrouwd, te laten zien. Dat vervuld leven uiteindelijk niet te vinden is in een relatie, maar in God. Dat verbinding zoveel meer is en kan zijn dan samen zijn als gezin.






Geef een reactie