Als je kind (veel) huilt, hoe ga je daarmee om? Die lezersvraag was ook mij uit het hart gegrepen. Ik was dan ook oprecht blij met jullie antwoorden, want ze hielpen me verder. Mij en onze meiden. Tenminste… dat moet nog echt gaan blijken, maar ik heb er goede hoop op.
Ik begin bij waar dit allemaal begon: mijn ouders filmden vroeger veel en daardoor is er veel materiaal beschikbaar over mijn jeugd. En heel vaak hoor ik mezelf dan huilen, jengelen, janken. Mijn bijnaam had jankebal of huilebalk kunnen zijn. Uiteraard werden mijn ouders daar behoorlijk moe van. En zelf kreeg ik er hoe langer hoe meer een hekel aan.
Toen kwam de tijd dat ik vier jaar lang coaching kreeg in de vorm van de opleiding SPH. Heerlijk! Graven in mezelf, beter begrijpen wie ik ben en daardoor ook beter uit kunnen reiken naar anderen. Het woord ‘janken’ werd vervangen door ‘huilen’. Ik probeerde vrede te krijgen met mijn snel huilende ik.
Nog later kwam de dimensie gevoelig erbij, want ja… dat ben ik. Juist onze kinderen lieten me zien waar het huilen vandaan kwam en hoe het samenhing met de persoonlijkheid. Maar er was niet alleen begrip. Er was ook die innerlijke strijd: iets wat ik van mezelf nog amper accepteerde, moest ik nu gaan begeleiden en opvoeden?! Hoe dan?
Het is bekend dat mensen in uitersten vervallen. Denk aan het eerste antwoord op de vraag die ik in de story stelde: ‘Een kind mag ALTIJD huilen, zo lang als nodig.’ Dat was mijn motto. Zo gingen wij het in ons gezin doen. En wee diegene die dat in de weg stond. Ook manlief moest mee in dat regime. Het botste echter op de werkelijkheid, want het bleek dat om ALLES te huilen is. EINDELOOS. En dat troosten nooit genoeg leek te zijn.
Dus daar zat ik met die vraag: hoe ga je om met het huilen van je kind? Mijn ideaal bleek te botsen op de werkelijkheid. Maar wat dan? Hoe dan ermee om te gaan? Dat brengt ons bij de vraag uit de story op Instagram en bij jullie antwoorden. De poll wees dit uit:
- 29% vindt dat huilen altijd mag, zolang als nodig.
- 62% vindt dat huilen mag, maar na een tijdje wel over moet zijn.
- 10% vindt dat huilen alleen mag als er echt iets aan de hand is.
- Niemand is het eens met de reactie: Om eerlijk te zijn, niet zeuren, hup doorgaan!
Naast de reacties op de poll, kwamen er verschillende ervaringsverhalen binnen. Enkele daarvan gingen over verschillende soorten huilen. Soms wordt er ‘gemiept’ of ‘gedramd’, op andere momenten is er echt iets aan de hand. En hoe je ermee om gaat, hangt daarmee samen. Zo zei een moeder: ‘Wij leren ze: huilen mag, miepen niet en krijsen hoeft ook niet.’

En daarmee leerde ik het eerste, meest praktische. Juist omdat ik zo graag wilde dat onze kinderen leerden dat huilen er mocht zijn, voelde ik me schuldig als ik het huilen afkapte. En hoe schuldiger ik me voelde, hoe lastiger het werd om het huilen onbevangen tegemoet te treden.
De indeling tussen miepen, drammen en echt verdriet hielp me een duidelijke keuze te maken. Miepen hoeft van mij inderdaad ook niet. Prima om je teleurgesteld te voelen en dat rustig te uiten, maar dan houdt het op. En drammen omdat je iets wilt, wat je niet krijgt, is ook simpelweg niet nodig. Ik voed niet op tot prinsjes en prinsesjes.
Ook hier geldt: ja, je gevoel mag er zijn, maar ik wil ook dat ze leren zichzelf daarin te remmen. Of, anders gezegd; dat ze leren ‘tot hun ziel te spreken’. Ergens denk ik ook dat huilen in deze gevallen niet oplucht, maar je alleen maar gevangen houdt in je eigen egoïstische wereld.
En dan blijft verdriet over. Zoals een andere mama stuurde: ‘Huilen is een emotie van pijn, lichamelijk of hart. Huilen lucht op.’ Ja, bij echt verdriet lucht huilen op. Dat is mijn ervaring ook. Ooit las ik dat met tranen een hormoon vrij komt, wat helpt om je beter te voelen. Bij echt verdriet wil ik er zijn voor onze kinderen, wil ik troosten en nabijheid geven. Er ZIJN.
Blijft er nog één praktisch puntje over. Hoewel het mijn droom is om altijd beschikbaar te zijn, ben ik dat simpelweg niet altijd. Weer een andere mama stuurde dit: ‘Huilen voelt voor mij als veel prikkels. Dus het liefst kap ik dat snel af.’ Dat herken ik als ik moe ben of als ik zelf ook veel emoties ervaar. Dan is het teveel en verbaas ik mezelf (negatief gezien) over mijn heftige reactie.
Maar misschien is dat ook simpelweg het leven, waar onze kinderen mee om moeten leren gaan. Dat ze de troost niet direct krijgen, omdat het mij even niet lukt. Dat ze naar papa moeten. Of dat ik simpelweg afwijzend reageer.
Maar wat ben ik dan dankbaar (en ik kan niet anders, dan daarmee afsluiten), dat ik onze kinderen op hun Vader in de hemel mag wijzen. Ik ben een mens, hun vader ook. Het is de vloek van ons bestaan, dat we ons diep eenzaam kunnen voelen met wie we zijn en wat we voelen. Maar altijd, altijd is daar God! Ook voor onze kinderen. Hij is altijd beschikbaar (dankzij Jezus die ooit de diepste eenzaamheid ervoer), HIJ IS.






Geef een reactie