Soms zit je om negen uur op een stoel – eindelijk – en vraag je je af wat je nu eigenlijk gedaan hebt. Niks eigenlijk. De ontbijttafel is afgeruimd, vooruit. En de kinderen zijn op school. Ergens weet je wel dat daar heel wat aan vooraf ging, maar het voelt zo… nietsig.
Of je komt op je werk en denkt: Het slaat nergens op, maar het voelt alsof ik er al een werkdag op heb zitten. Maar wat deed ik nu eigenlijk?
Onderstaand eindeloos verslag – zo eindeloos als een eerste anderhalf uur kan duren in je gezin – beschrijft mijn dag tot acht uur. Saai, zou je zeggen. Maar toen ik zelf pas in een boek zo’n verslag las, was het een feest van herkenning. Juist door het gedetailleerd schrijven, besefte ik hoeveel we als ouders doen.
Let maar op:
- Intensieve zorg in praktische zin: voeden, kleden, verzorgen.
- Intensieve zorg in emotionele zin: vooruitdenken, sussen, leren omgaan met gevoelens, zelfredzaamheid stimuleren, troosten, liefhebben, …
- Huishoudelijke zorg: afruimen, vaatwasser is al een stukje uitgeruimd, badkamer onderwijl even aan de kant, luiers gevouwen, kleding op de stoel … (de helft beschrijf ik nog niet eens)
Lieve papa’s en mama’s, al deze arbeid is waardevol! En juist het minst zichtbare, is wat jouw kinderen zich later herinneren: de emotionele arbeid. (En toch even speciaal voor moeders: dit onderdeel is waar wij het meest verantwoordelijk voor worden gehouden).
Lees mijn verslag. En schrijf jouw eigen verslag. Juist als je dag rot begon, vol ruzies en gedoe. In dat geval was jouw arbeid nog intensiever. Je was hard bezig om met je eigen gevoelens en die van je gezinsleden om te gaan, die te begrenzen, in banen te leiden en je kinderen daarin te laten groeien.
DE EERSTE UREN VAN MIJN DAG
De wekker gaat om half zeven. Mijn hoofd voelt nog zwaar. Ik hoor in de babykamer de kleine al zachtjes kletsen, met wat zeurderige uithalen ertussen. Ik blijf heel even liggen, spring er dan uit om de tussendeur te sluiten, zodat de kinderen boven niet wakker worden van de jongste. Al is dat deze ochtend niet heel erg, want ze moeten er op tijd uit. Er is vandaag afscheid op een andere vestiging, dus vroeger weg om er te komen.
Vandaag is de man thuis, dus draaien de rollen om. Hij zorgt voor alles met de kinderen, ik dek de tafel. Eerst haal ik de kleine uit zijn bed, geniet van zijn blije lach, kus zijn schattige, bolle wangen en overhandig hem dan aan zijn vader. Ik voelde al dat zijn wasbare luier niet doorlekt, dus hij kan eerst mee naar beneden voor een fles. Hij heeft duidelijk trek, gezien zijn huilen.
Zelf ga ik in pyama naar beneden, gooi het kleed over de tafel, zet alle beleg, borden, muesli, cruesli, yoghurt en meer op tafel. Brood smeren hoeft niet, want ze eten poffertjes op school. De jongen wil altijd direct melk als hij beneden komt, dus dat zet ik vast klaar om hopelijk zijn eerste boze bui te voorkomen.
Ik zet de koffie aan en verwelkom ondertussen de kinderen die naar beneden komen. Vraag de man om niet heel de fles te geven, want het tweede deel moet in papvorm voor een gevuld maagje. De kinderen zijn in alle staten, want dat afscheid op een andere school is spannend. Ze praten door elkaar. Ik luister maar half, zet ondertussen de deur open voor wat frisse lucht. De warmte is nog niet helemaal het huis uit.
De jongen is ook beneden en eist aandacht op. Hij wil melk. Het moet warm. Ik mag het niet doen. Maar ik moet wel melk erin doen. In de blauwe beker graag. Nee, niet die, de donkerste blauwe. Hij zet hem zelf in de magnetron. Ik kan hem weer even laten.
Er komt heerlijk frisse lucht naar buiten. De man is ergens boven bij een dame, ik ren langs de ramen om alles open te gooien. De baby jammert een beetje, maar redt het wel. Ik hoor de oudste tegen hem praten.
Ondertussen roept dame twee naar beneden dat ze witte of paarse kleding aan moeten. Nee! Vlug ga ik in gedachten naar de keuken. De koffie redt het wel even, de kleine ook. Ik ga naar zolder en bekijk met de dames de kledingkast. Paars is er maar weinig. ‘Nee, beige’, zegt de oudste. Ah! ‘Kun jij even kijken hoe het zit in de mail of Parro?’ roep ik naar de man, een verdieping lager met de zoon. Even later komt het verlossende woord. Beige. Sja, ergens in de verte kun je dat uitspreken als paars inderdaad.
De oudste heeft geen beige. Is daar ook direct verontwaardigd over, want iedereen heeft dat. Haar zus heeft nog wel wat en ze blijkt het te passen, hoewel een tikkie te klein. Maar dat maakt deze modebewuste dame dan weer niet uit. Ze kleedt zich aan. De tweede wil niets aan van wat ik uit de kast trek. Ik probeer geduldig te zijn, want weet dat ze het vandaag niks vindt. Al dat onzekere, niet weten hoe of wat. Ze zal niet de makkelijkste zijn vandaag. Geduld en liefde is hier nodig. Hoe lastig soms ook in de haast.
Uiteindelijk laat ik haar zitten met een setje, omdat ik weet dat ze dan uiteindelijk toch eieren voor haar geld kiest. Beneden borrelt de melk. Ik schenk koffie in en ga zitten. Voor een seconde, want de zoon wil vandaag geen brood maar muesli. Prima, bakje halen, lepel erbij. ‘Nee, niet die met de jongen, die met het meisje.’ Oké, choose your battles.
Het eten gaat gelukkig goed en gezellig. De zoon heeft wat aanmoediging nodig, maar eet zowaar zelf en de dochter moppert, maar eet ondertussen wel door. Ik maak mijn eigen eten klaar en probeer even te genieten van het moment. De dochter wil ondertussen niet, wil thuis blijven. ‘Als je er eenmaal bent, vind je het wel leuk’, zeg ik, ‘zo gaat dat andere keren toch ook?’ ‘Nee!’ Maar ik weet dat ze toch wel luistert, ondanks wat ze van buiten toont.
De man gaat na het eten met tanden poetsen aan de slag, roept de kinderen naar boven en houdt ze daar. Ik verschoon de jongste – kak, gepoept! -, stapel alle gewassen luiers nog even op, zodat er weer overzicht is en zoek kleertjes voor vandaag uit. De dochter is bij me komen staan, omdat ik haar haren moet doen. ‘Ik kom zo, kam maar vast.’ Maar ze moet nog even kwijt dat ze niet wil. ‘Jouw zin is ingepakt in zenuwen’, zeg ik, ‘straks als je er bent en weet hoe alles gaat, dan wordt die zin uitgepakt en wordt het leuk.’
Ze gaat naar beneden. Na een minuut roept ze dat ik haar haren moet doen, want het is al bijna tijd. Andere dochter roept dat ze nog genoeg tijd hebben, maar komt ook langs om te vragen of ik haar haar wil doen. De kleine is er klaar voor. Ik leg hem in de box, waar hij even speelt terwijl ik het haar van de oudste doe. Ondertussen scan ik de rest van de kinderen en zie dat ze goed op weg zijn. We halen het wel. De man regelt alles met de zoon, stekels maken kan hij als de beste.
Met het kammen van de tweede begint de kleine te jammeren. Hij heeft zijn dagen niet, is zeurderig en snel moe. De oudste plukt hem uit de box en neemt hem mee naar buiten. Ondertussen zijn de haren gekamd – gelukkig niet al teveel klitten dit keer! – en kan de tweede haar schoenen aan trekken. Sokken blijken op de trap, dat scheelt weer. Ik neem de kleine over, zodat de oudste ook haar schoenen en jas kan zoeken. Een schoen blijkt kwijt, maar is drie minuten later gevonden.
Ondertussen is de zoon, verrassend kalm deze ochtend, beneden en speelt met de duplo. Ik vraag of hij ook schoenen aan wil doen. ‘Ik wil niet naar die andere’, zegt hij. Ook hij gaat naar een andere locatie. ‘Maar je eigen juf is er’, zeg ik, ‘die zorgt voor je.’ Hij zegt niets meer en begint zijn schoenen te zoeken. Ik haal opgelucht adem. Het is nog even wennen, maar sinds we een andere aanpak hebben (zo’n drie dagen nu) gaat het zoveel makkelijker met hem. Ik moet eraan wennen dat niet elke opdracht, elke ochtend, elk moment zijn ‘nee’ klinkt en vaak uitmondt in een driftbui van heb ik jou daar.
Met de kleine op mijn arm kus ik alle kinderen en zwaai ze uit. Gelukt, op tijd. Tegenwoordig vertrekken we vaak standaard tien minuten later dan gepland. Maar vandaag niet. Ik ruim wat koelspullen van de tafel en klets ondertussen tegen de baby.
Mijn blik valt op de klok. Het is vijf over acht.
Ps. Als je tot hier kwam om dit te lezen… Dit was een uitzonderlijk goede ochtend! Onze driejarige hield zich ontzettend goed, de zelfstandigheid met eten was top en de haren klitloos. Er gingen geen bekers om. En niet iedereen hoefde mee, want ik en de kleine bleven thuis. Om maar even aan te geven: ik snap je als jouw dag totaal anders verliep. Zulke dagen hebben wij hier ook genoeg!






Geef een reactie