Er zijn van die moeizame onderwerpen.
Homoseksualiteit is er één van.
Het is een splijtzwam in kerken.
Het is voer voor eindeloze discussies.
Voor grote woorden en sterke visies.
Het verlamt me vaak.
Regelmatig begon ik een blog.
Maar liet hem staan.
Alle polarisatie maakt me huiverig erover te schrijven.
(Niet dat ik daar trots op ben.)
Vandaag realiseerde ik me echter iets.
Dit is Thuis in liefde.
Thuis…
Niet in de kerk.
Niet in de synode.
Niet in de kerkenraad.
Maar gewoon… thuis.
Biedt dat niet juist mogelijkheden?
Thuis hangt er wat minder vanaf.
Thuis is er ruimte voor zoeken en stamelen.
Thuis mag je worstelen.
(Zou de kerk niet ook een thuis moeten zijn trouwens?)
Ik volgde pas een workshop over homoseksualiteit in je gezin.
Gegeven door Christine Stam – van Gent:
Auteur over dit onderwerp.
Moeder van homoseksuele zoon.
Zij riep op om te oefenen met praten hierover.
Stamelend, dat is prima.
Tonen dat je niet bang bent voor het onderwerp.
Als ouders hoeven we niet allereerst te weten hoe het zit.
En ook niet hoe wij of ons kind ermee om moet gaan.
Onze eerste opdracht is veiligheid en geborgenheid.
Liefde.
Een thuis in liefde zijn.
En daarmee een plek waar je uit de kast durft te komen.
Weet je waarom?
Christine legde het zo uit:
Een kind wil thuis niet allereerst ontdekken wat er wel of niet mag.
Een kind wil weten of het er mag zijn.
In mijn woorden:
Mag hij/zij nog thuiskomen in liefde?






Geef een reactie