We zaten aan tafel. Ik weet niet precies wat er gebeurde, maar ik riep mijn dochter toe: ‘Maar iedereen heeft dat.’ Ze keek me aan. Rustig zei ze: ‘Iedereen heeft dat zo, maar ik niet.’
Ik stond perplex. Perplex van dit wijze, totaal unieke kind. Ze liet me iets moois zien. ‘Iedereen’ doet er niet persé toe. Niet als argument en niet als reden om iets te doen of juist niet. Verschil is er nu eenmaal. Dat de één zo is, wil nog niet zeggen dat de ander ook zo is.
Zoals mijn dochter denkt, lukt mij vaak niet. Als ik afwijk van het normaal, maakt dat mij abnormaal. Dat denk ik dan. Ik ben blijkbaar vreemd. Of raar. ‘Iedereen heeft dat zo, maar ik niet.’ Als je dat toch zo rustig uit kunt spreken!
Ik mijmerde er verder over door. Dacht aan seksuele vorming, aan seksualiteit. Er zijn genoeg mensen die geen norm willen. Weg met de norm van heteroseksualiteit. Weg met het man/vrouw denken.
Je hebt normaal… en je hebt norm. Normaal als in: vaak voorkomend. En norm als maatstaf, ergens aan voldoen om erbij te horen.
Heteroseksualiteit: dat is normaal. Maar homoseksualiteit eigenlijk ook. Of biseksualiteit. Het komt ook veel voor. Het is er. Dat zien we, als we onze kop ver genoeg uit het zand steken.
Er is iets met norm en normaal. Durven we als (christelijke) ouders hardop te zeggen dat homo- of biseksualiteit normaal is? Normaal als in: vaker voorkomend? Ik denk namelijk dat dat zou helpen!
Stel dat je zoon vertelt op mannen te vallen. Of je vriendin vertelt dat ze bepaalde prikkels nodig heeft om opgewonden te raken. Of… Dan zeg jij: ‘Lieverd, dat is normaal.’ Normaal omdat het vaker voorkomt, omdat je niet de enige bent, omdat je niet gek of abnormaal of afwijkend bent.
Ik vind de uitspraak van mijn dochter inspirerend. ‘Iedereen heeft dat zo, maar ik niet.’ Daaruit spreekt acceptatie en aanvaarding. Wat als we die grondhouding over kunnen dragen? Dan volgt daarna gesprek over de norm. Maar dat gesprek voelt dan wel anders.






Geef een reactie